Bij de neurochirurg

  • Geschreven door: // Categorie: Dagboek

    Geen reacties

    Ik denk dat ik me goed heb ingelezen in de mogelijkheden. Er is weinig info te vinden, maar wat er is, kan ik van voor tot achter spellen. We schuiven aan bij de neurochirurg. Meteen vloeit er een oneliner uit zijn mond en is de toon gezet.“Agaat, je hebt iets in je hoofd wat er niet hoort. En dat moet eruit”.

    Bam. Hij wijst naar de MRI en scrollt door mijn hoofd. Het blijft een gek idee dat dat grote witte ding in mijn hoofd huist. En hij heeft het er goed, aldus de chirurg. Minutieus gaat hij met de muis over de plaatjes. Hij wijst alles aan en neemt de tijd. “Dit is het hersenvlies. Je schedelbot is al aan het indeuken en slijt weg. De druk in je hoofd is te hoog. De cyste drukt alles weg. Je oog, je hersenen en je schedel. Hierdoor kunnen fucties uitvallen. Dat proces is al in gang gezet en om het te stoppen is maar 1 oplossing mogelijk: we gaan je schedel lichten en zoveel mogelijk wegsnijden. De tumor is als een spinnenweb gaan verkleven met het hersenvlies. Alles moet los. Er is geen ruimte meer in je schedel, de cyste beslaat zo’n groot deel dat je hersenen als het ware worden platgewalst”.

    Ik vraag of hij zeker weet dat het een cyste is. “Het is een goedaardige tumor met kwaadaardig gedrag”. Klets! Dat was de volgende tik. Ik laat het maar over me heen komen. Incasseren die hap. “Maar de vloeistof is helder wit en dat is een goed teken. Kwade cellen zijn grijswittig. En veel grilliger van vorm. Maak je geen zorgen over de inhoud, die is ongetwijfeld oké. Maar natuurlijk zullen we dat voor alle zekerheid testen. Binnen zes weken opereren we je. Langer wachten is niet goed, maar eerder hoeft ook niet. Zo kun je je rustig voorbereiden op de tijd die voor je ligt. Het worden heftige tijden. Bereid je daarop voor”.

    S. vraagt of het vaker voorkomt. “Het is vrij zeldzaam. Daardoor kan ik ook niets zeggen over de effectiviteit, de periode van herstel, etc. We zien dit niet vaak. Hooguit een paar per jaar. En dan minder groot. Bij Agaat zijn  bovendien de verklevingen van het hersenvlies een probleem. Maar schedels maken we wel veel vaker open, natuurlijk. Het is afwachten wat we tegenkomen. Dat zien we, ondanks MRI en CT-scans niet eerder dan dat haar schedel open is en de hersenen bloot liggen.”

    “Opereert u mij zelf?” “Ja, ik opereer je zelf.” “Ik neem aan dat u ruime ervaring heeft met dit soort aandoeningen”, zegt S. “Tuurlijk weet ik wat er moet gebeuren. Maak je daarover geen zorgen. Maar als je wilt weten of we dit vaak doen, dan zeg ik inderdaad: het is geen lopende band werk”. Ai, dit stelt S. niet echt gerust… “Maar u doet het wel vaak genoeg om er bedreven in te zijn?” De chirurg lacht en ik zie dat hij snapt waar die vraag vandaan komt. Hij knikt en knipoogt. “Daar kun je zeker van zijn”.

    Het gesprek was goed. Inhoudelijk, met ruimte voor vragen, informatief. maar de boodschap blijft k*t. Deze boodschap hadden we niet zien aankomen. We hadden ons gefocussed op een drain. Dat doorprikken was inderdaad te weinig effectief, hadden we geconcludeerd. Leken zijn we. We janken even. En rijden stil naar huis. Morgen relativeren we weer, maar nu zwelgen we even in zelfmedelijden. Even maar, want 20 kilometer verder maken we weer grappen. Over kale hoofden en mooie co-assisstenten.

    • Facebook
    • Twitter

Reacties

0 reacties op Bij de neurochirurg

Leave a Reply

Vul de velden in om je reactie achter te laten. Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.